Het PHOENIX Project

Eind 1989

Richard Hamblin en zijn team tekenden drie denkpistes uit voor een nieuwe MG.

De 3 pistes kregen de codenaam PR1 tot PR3. De initialen PR stonden voor Phoenix Route. Tijdens de ontwikkeling van de nieuwe MG stond men nog steeds open voor andere initiatieven. Op een gegeven moment werd zelfs een 4x4 sportwagenversie overwogen. 

Naast de 3 gekende codenamen lanceerde MG de PR4. Deze was identiek aan de PR2 maar met een stalen koetswerk daar waar de PR2 in plastic was.  De PR5 was gebasseerd op de eerder exotisch ogende MG EX-E. Al heel snel werd ingezien dat deze laatste denkpiste niet te volgen was.

Vanuit Rover kreeg men al heel snel felle tegenwind in verband met de idee om het koestwerk in kunststof te maken. Het uiteindelijk besluit viel om de drie eerste routes verder te laten uitwerken door 3 verschillende, door Rover geselecteerde, externe bedrijven. In oktober 1989 sloot Hamblin contracten met "Motor Panels", "Reliant" en ADC. De bedrijven hadden 27 weken de tijd om met een voorstel naar voor te komen. Geen papieren voorstellen, maar tastbare modellen. Daarvoor kregen ze als basis een exemplaar van de MG F-16. Een studiemodel van Gerry McGovern ( een naam die we nog gaan tegenkomen). 

De reden waarom men slechts 27 weken had, was het feit dat hoe meer tijd men kreeg, hoe meer geld het zou gaan kosten en hoe meer problemen zouden kunnen opduiken.

Tijdens deze fase van het project stond Richard Hamblin erop om zelf "the single point of contact" te zijn met de drie bedrijven. 

Toen de drie prototypes aankwamen in Rovers Gaydon Research Centre, lokten ze uiteraard heel wat interesse. Normaal gesproken is een technieker het gewoon met 1 prototype kennis te maken, maar nu waren het er opeens drie. 

 

verder